Samen staan we sterk ...

CAO 26 en VIP1999

I.C.A.O. nr. 26

1.1 Omschrijving van de C.A.O. nr.26

Omdat de tewerkstelling van een persoon met een handicap in het gewone arbeidscircuit dikwijls moeilijkheden met zich mee brengt, wanneer de gehandicapte werknemer het normale rendement niet kan bereiken, werd de C.A.O. nr. 26 op 15 oktober 1975 afgesloten in de Nationale Arbeidsraad. De C.A.O. nr.26 stelt dat een in een normaal arbeidsregime tewerkgestelde persoon met een handicap hetzelfde minimum- of referteloon moet ontvangen als een valide werknemer. Dit gebeurt door aan de werkgever, die een gehandicapte werknemer in dienst heeft, een vergoeding (loonsubsidie) toe te staan (door het Vlaams Fonds) voor het eventuele rendementsverlies. Deze maatregel geldt enkel voor de private sector.

1.2. Rendementsverlies

Voor de vaststelling van het rendementsverlies moet de werknemer met een handicap vergeleken worden met een gewone werknemer met dezelfde taak. Het moet ruim geïnterpreteerd worden, bv. ook het meer tijd nodig hebben, het minder mobiel zijn, enz...., zijn elementen die rendementsvermindering kunnen meebrengen.

1.3. Loonsubsidie

Na advies van het Vlaams Fonds en van de bedrijfsgeneesheer, die het rendementsverlies vaststelt, kan de werkgever door de hiertoe bevoegde ambtenaren van de sociale arbeidsinspectie een machtiging ontvangen om enkel een percentage van dit loon te dragen. Het overige deel wordt gedragen door het Vlaams Fonds. De tussenkomst kan van 5 tot 50% van het totale loon bedragen. De werkgever moet minstens 50% van het totale loon dragen. De machtiging wordt verleend voor de maximumduur van 1j en is vernieuwbaar. Indien de werkgever zich niet aan de verplichtingen houdt, kan het Vlaams Fonds de toegekende loonsubsidies terugvorderen.

1.4. Procedure

  1. Inschrijving in het Vlaams Fonds
    • De werknemer dient de aanvraag om inschrijving bij het Vlaams Fonds in bij de provinciale afdeling van het Vlaams Fonds (zie bijlage), van de provincie waarin zijn woonplaats gelegen is.
    • De aanvraag wordt ingediend met het formulier "Aanvraag om inschrijving" of de "A 001".(zie bijlage) De aanvraag moet door de werknemer ondertekend zijn.
    • De werknemer richt zich tot een externe dienst (adressen te bevragen bij de provinciale afdeling zie bijlage) voor het opmaken van een multidisciplinair verslag. Hierin wordt de zorgvraag, in dit geval de vraag naar rendementsverlies, reeds geformuleerd. De aanvraag mag reeds vergezeld zijn van een multidisciplinair verslag. Indien het multidisciplinair verslag niet tegelijk met de aanvraag wordt ingediend heeft de werknemer 30 dagen om het toe te voegen bij de aanvraag.
    • De administratie van de provinciale afdeling onderzoekt de ontvankelijkheid en de volledigheid van de ingediende aanvraag en stuurt de aanvrager een "ontvangstmelding".
    • De provinciale evaluatiecommissie onderzoekt de aanvraag en maakt haar beslissing m.b.t. het integratieprotocol over aan de administratie binnen de 2 maanden na het indienen van de aanvraag. Het integratieprotocol is eigenlijk een concrete beschrijving van de hulp die zal verleend worden.
    • Binnen de 30 dagen wordt de beslissing betekend door de administratie. De volledige afhandeling van de aanvraag (zonder periode van opschorting) mag max. 4 maanden bedragen.


  2. Aanvraag tot machtiging ( % rendementsverlies) door de werkgever
    • Na een positieve beslissing van het Vlaams Fonds moet de werkgever een aanvraag tot machtiging indienen bij de sociale inspectie in 2 exemplaren.(zie document I) Dit gebeurt bij de sociale inspectie die toezicht houdt op de plaats van tewerkstelling.
      Deze aanvraag mag gelijktijdig gebeuren met de aanvraag tot inschrijving in het Vlaams Fonds.(adressen zie bijlage)
    • De sociale inspectie vraagt advies aan het Vlaams Fonds en de arbeidsgeneesheer om het rendementsverlies te bepalen.
    • Een ambtenaar van het Vlaams Fonds kan een onderzoek op de tewerkstellingsplaats doen (maar meestal niet ) en maakt zijn advies over aan de sociale inspectie (document 5).
    • De arbeidsgeneesheer maakt zijn advies m.b.t. het rendementsverlies over aan de
    • Op basis van het advies van het Vlaams Fonds en van de arbeidsgeneesheer onderzoekt de sociale inspectie of er inderdaad sprake is van rendementsverlies. De sociale inspectie doet een onderzoek op de werkplek. Liefst wordt door PAV een vergaderlokaal hiervoor gereserveerd zodat dit discreet kan verlopen.
    • De sociale inspectie kent de machtiging toe (% rendementsverlies) met een max. van 50%. Een afschrift van de beslissing wordt verstuurd aan het Vlaams Fonds en aan de werkgever.(zie bijlage)
    • De machtiging wordt verleend voor een maximumduur van 1j. en is vernieuwbaar.
    • Jaarlijks nodigt de bedrijfsarts op vraag van de sociale arbiedsinspectie (op vraag van PAV)deze werknemer uit en wordt opnieuw het rendementsverlies vastgesteld.


  3. Uitbetaling van de loonsubsidie
    • De aanvraag tot uitbetaling van de loonsubsidie en de hiermee gepaard gaande bewijsstukken moeten bij de provinciale afdeling van het Vlaams Fonds van de woonplaats van de werknemer worden ingediend door PAV uiterlijk op de laatste dag van de eerste 14 dagen van de maand die volgt op deze waarin de arbeidsprestaties zijn verricht. (zie document VIII)
    • Deze aanvraag mag na overleg ook per kwartaal of half jaarlijks gebeuren.
    • Het Vlaams Fonds betaalt de loonsubsidie uit voor het einde van de indieningsmaand.
    • Bij een positieve beslissing kan het Vlaams Fonds de loonsubsidie uitbetalen vanaf de datum waarop de aanvraag van inschrijving in het Vlaams Fonds gebeurde.
II. VLAAMSE INSCHAKELINGSPREMIE (VIP)

2.1. Omschrijving van de inschakelingspremie

De Vlaamse regering beoogt met de inschakelingspremie de kosten te dekken die de werkgever moet dragen voor de aanpassing van de werknemer aan de tewerkstelling in het gewone economische circuit, zijn integratie in het arbeidsproces, de bijkomende professionele begeleiding en zijn eventueel rendementsverlies

2.2. Principe

De inschakelingspremie kan enkel aangevraagd worden voor een gehandicapte werknemer die erkend is door het Vlaams Fonds en die een toelating “Bijstand bij opleiding en werk op de open arbeidsmarkt” heeft. De inschakelingspremie is enkel mogelijk voor de privé-sector. Deze premie is gelijk aan 30% van het referteloon; bij deeltijdse tewerkstelling wordt de premie berekend op het verhoudingsgewijze referteloon. De inschakelingspremie kan niet gecumuleeerd worden met de C.A.O. nr.26.

2.3. Procedure

1. Inschrijving in het Vlaams Fonds

  • Procedure zie pg.2
  • Bij de inschrijving dient de persoon met een handicap een aanvraag in voor “Bijstand bij opleiding en werk op de open arbeidsmarkt” bij de provinciale afdeling van Vlaams Fonds (zie bijlage).

2. Aanvraag in de toekenning van een inschakelingspremie

  • Indien de aanvraag gunstig is dient de werkgever een aanvraag in tot toekenning van de inschakelingspremie (zie document A). Deze aanvraag wordt naar de provinciale afdeling van het Fonds gestuurd, gevestigd in de provincie waarin de woonplaats van de werknemer ligt.(zie bijlage)
  • Het Vlaams Fonds stuurt daarop enkel exemplaren van het document “Aanvraag tot uitbetaling” (document B). Dit document B is een maandelijkse loonkostenstaat die door de werkgever moet worden ingevuld.

3. Uitbetaling van de premie

  • De werkgever maakt de “ Aanvraag tot uitbetaling”(zie bijlage) ingevuld over aan de provinciale afdeling van het Fonds binnen de 14 dagen na afloop van het kwartaal waarin de arbeidsprestaties zijn verricht.
  • Het Fonds betaalt de inschakelingspremie uit voor het einde van de maand die volgt op deze waarin de aanvraag tot uitbetaling is ingediend.

III. VERSCHILPUNTEN C.A.O. NR.26 EN DE VLAAMSE INSCHAKELINGSPREMIE

3.1 C.A.O.nr.26

  • rendementsverlies tussen 5% en 50%
  • de loonsubsidie is 5% tot 50% van het reële bruto-loon.
  • nadeel: door de sociale inspectie is er hier een instantie meer bij betrokken.

3.2 Inschakelingspremie

  • 30% van het referteloon wordt aan de werkgever betaalt ongeacht het rendementsverlies.
  • er is geen administratief onderzoek door de sociale inspectie.
  • nadeel:
    • men baseert zich op het referteloon en niet op het reële loon.
    • indien het rendementsverlies meer is dan 30% wordt toch max. 30% van het referteloon betaald.
Om een keuze te maken als werkgever tussen een aanvraag C.A.O.nr.26 of de inschakelingspremie kan de bedrijfsarts contact nemen met de trajectambtenaar.

3.3 Overschakeling van C.A.O. nr.26 naar VIP

  • Dit is niet mogelijk indien de werknemer voor 01/01/99 reeds een loonsubsidie C.A.O.nr.26 heeft ontvangen.
  • De overschakeling naar VIP moet schriftelijk door de werkgever aangevraagd worden.

3.4 Overschakeling van VIP naar C.A.O.nr.26

  • Bij aanvraag van overschakeling van VIP naar C.A.O.nr.26 vordt de uitbetaling van VIP stopgezet. Er dient gewacht op de “machtiging C.A.O.nr.26”. In afwachting van de machtiging worden dus geen verdere uitbetalingen VIP verricht.
  • De overschakeling naar C.A.O.nr.26 moet door de werkgever schriftelijk worden aangevraagd.
IV. PRAKTISCHE RICHTLIJNEN

- Bij rendementsverlies (van een gehandicapte werknemer of o.b.v. een aantasting van de mentale,psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden) is het aangewezen dat er een grondig overleg is tussen de werknemer, zijn hiërarchische chef, de personeelsconsulent en de medische dienst.

- Het initiatief kan uitgaan van elk van de verschillende betrokken partijen.

- De C.A.O.nr.26 of de inschakelingspremie kan enkel aangevraagd worden indien de werknemer erkend is door het Vlaams Fonds.

- Vanaf het ogenblik dat de werknemer zijn inschrijving in het Vlaams Fonds start of zijn zorgvraag formuleert, kan de werkgever de aanvraag tot machtiging (CAO nr.26) bij de sociale inspectie reeds aanvragen

- Indien het niet duidelijk is om het rendementsverlies via de C.A.O.nr.26 of via de inschakelingspremie aan te vragen neemt de bedrijfsarts van de werkgever contact met de trajectambtenaar

- Nadat de sociale inspectie (C.A.O.nr.26) of het Vlaams Fonds (inschakelingspremie) het dossier goedkeurde kan de werkgever maandelijks, indien afgesproken per kwartaal of half jaarlijks, deze loonsubsidie of premie aanvragen.

- Voor de C.AO.nr.26 zal de sociale inspectie de bedrijfsarts van de werkgever verzoeken een evaluatie te doen.

V. TEGEMOETKOMING IN DE KOSTEN VOOR AANPASSING ARBEIDSPOST

Wanneer de tewerkstelling van een persoon met een handicap een aanpassing van de werkpost vereist, kan het Vlaams Fonds de extra kosten vergoeden. Het moet duidelijk om een meerkost gaan. De tussenkomst kan zowel in het kader van een beroepsopleiding als in het kader van een gewone als een beschermde tewerkstelling gebeuren.
De tegemoetkoming dekt het geheel van de kosten wanneer er geen materieel voorhanden was.
Voorwaarden:

  • de werknemer moet verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst;
  • de werknemer moet ingeschreven zijn bij het Fonds en moet minder dan 60j (vrouw) of 65j (man) oud zijn;
  • de werknemer moet in dienst worden gehouden gedurende een aantal maanden;(berekening zie wetgeving)
  • de werkgever moet verder iedere aangepaste arbeidspost bij voorrang voorbehouden voor de personen met een handicap.
De aanvraag moet met een aangetekende brief aan het Fonds overgemaakt worden met een raming van de kosten tot aanpassing van de arbeidspost, het bewijs van aanwerving en de vereiste documenten.