Werkgroep Ouders van ReumaKinderen en -Adolescenten
Juveniele idiopatische artritis
Wat is het?
Juveniele idiopathische artritis (JIA) is een chronische ziekte die wordt gekenmerkt door
een blijvende ontsteking van een of meerdere gewrichten; de typische verschijnselen van
gewrichtsontsteking zijn pijn, zwelling en bewegingsbeperking. “Idiopathisch” betekent
dat we niet weten wat de oorzaak van de ziekte is en “juveniel” betekent in dit geval dat
de eerste symptomen zich voor het zestiende levensjaar hebben geopenbaard.
Wat betekent “chronische ziekte”?
Een ziekte wordt chronisch genoemd als de juiste behandeling niet leidt tot een
onmiddellijk herstel maar slechts tot een verbetering van de symptomen en/of van de
uitslag van de laboratoriumtests. Dit betekent ook dat, wanneer de diagnose is gesteld, het
onmogelijk is te zeggen hoe lang het kind ziek zal blijven.
Hoe vaak komt JIA voor?
JIA is een zeldzame ziekte; zij treft ongeveer 80-90 kinderen op de 100.000. specifieke cijfers voor België spreken zelfs van een aantasting bij 150 per 100000 kinderen. Dit wil ook zeggen dat we in België jaarlijks per 100.000 kinderen 10 – 11 nieuwe diagnosen van JIA kunnen stellen.
Wat zijn de oorzaken van de ziekte?
De exacte oorzaak is nog niet bekend.
Algemeen wordt aangenomen dat chronische artritis het gevolg is van een verkeerde
reactie (door onbekende oorzaken) van ons immuunsysteem: het is niet meer in staat
onderscheid te maken tussen vreemde en eigen cellen en valt dus ook de eigen cellen in
het gewricht aan.
Daarom worden ziekten zoals JIA auto-immuunziekten genoemd: het immuunsysteem
valt de organen van het eigen lichaam aan. Maar de mechanismen die JIA en de meeste andere menselijke chronische ontstekingsziektes nu veroorzaken, zijn nog steeds onbekend.
Is het een erfelijke ziekte?
JIA is geen erfelijke ziekte, omdat het niet direct van de ouders op hun kinderen kan
worden overgedragen. Toch zijn er enkele genetische factoren, die voor het grootste deel
nog ontdekt moeten worden, die aanleg voor de ziekte bepalen. In de wetenschappelijke
wereld wordt aangenomen dat de ziekte multi-factorieel is; dat wil zeggen: het gevolg
van een combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsfactoren (zoals
bijvoorbeeld ontstekingen). Maar zelfs wanneer er sprake is van genetische aanleg komt
het maar zeer zelden voor dat binnen een gezin twee kinderen de ziekte hebben.
Wat gebeurt er met de gewrichten?
Het synoviaal weefsel (een soort bekleding van het gewrichtskraakbeen) rondom het
gewricht, dat normaal heel dun is, wordt beduidend dikker en vult zich met
ontstekingscellen en de hoeveelheid synoviaal vocht neemt toe. Dit veroorzaakt zwelling,
pijn en bewegingsbeperking. Kenmerkend voor een gewrichtsontsteking is de stijfheid
van het gewricht, die optreedt na lange rust en dus vooral ’s ochtends duidelijk merkbaar
is (ochtendstijfheid).
Vaak probeert het kind de pijn te verminderen door het gewricht in een stand tussen
strekken en buigen in te houden; deze stand wordt “antalgisch” genoemd om te
onderstrepen dat deze stand gehandhaafd wordt om de pijn te verminderen. Af en toe houdt het (kleine) kind het aangetaste lidmaat onbeweeglijk en dat wordt dan “pseudoparalyse” genoemd.
Als de gewrichtsontsteking niet op de juiste wijze behandeld wordt, kan er schade aan het
gewricht ontstaan door twee hoofdoorzaken:
a) het synoviaal vlies kan erg dik worden (vorming van het zogenaamde synoviale
pannus) en door de afgifte van verschillende stoffen slijtage aan het gewrichtskapsel en
bot veroorzaken;
b) het langdurig handhaven van de antalgische stand veroorzaakt spieratrofie, op- of
intrekking van spieren en zachte weefsels, wat leidt tot vergroeiing.
Zijn er verschillende soorten JIA?
Er bestaan diverse verschillende vormen van JIA. Ze worden hoofdzakelijk
onderscheiden volgens de aan- of afwezigheid van systemische symptomen als koorts,
huiduitslag, pericarditis (systemische JIA) en volgens het aantal aangedane gewrichten
(oligo- of poly-articulaire JIA). Er is overeengekomen dat de verschillende vormen van
JIA worden gedefinieerd door de symptomen gedurende de eerste zes maanden van de
ziekte. Daarom worden ze ook wel beginvormen genoemd.
- Systemische JIA.
Deze vorm wordt gekenmerkt door de aanwezigheid, naast de artritis,
van systemische kenmerken (systemisch betekent dat verschillende organen in het
lichaam kunnen worden aangetast). Het belangrijkste systemische symptoom is het
voorkomen van hoge koortspieken, vaak gecombineerd met een huiduitslag. Deze huiduitslag is vluchtig (enkele uren) en situeert zich vooral op de binnenzijde van de dijen en de romp.
Andere symptomen kunnen zijn: spierpijn, vergroting van de lever, de milt of de
lymfeklieren en ontsteking van de vliezen rond het hart (pericarditis) en de longen
(pleuritis)..
Bij ongeveer de helft van de patiënten zijn de systemische klachten het belangrijkst; zij
hebben de beste langetermijnprognose. Bij de andere helft van de patiënten verdwijnen
vaak op den duur de systemische symptomen, terwijl de gewrichtsklachten toenemen. De artritis, meestal poly-articulair ( 5 of meer aangedane gewrichten), kan bij het begin van de ziekte aanwezig zijn of pas later ontstaan. Deze ziekte komt bij kinderen van alle leeftijden voor. Bij
een minderheid van deze patiënten blijven de systemische klachten naast toenemende
gewrichtsklachten bestaan.
Systemische JIA betreft minder dan 10% van alle JIA patiënten; deze typische
’kinderziekte’ wordt zelden bij volwassenen waargenomen.
- Polyarticulaire JIA.
Deze vorm wordt, gedurende de eerste 6 maanden van de ziekte,
gekenmerkt door de aanwezigheid van meer dan 5 ontstoken gewrichten zonder
bovengenoemde systemische symptomen. Soms echter kan er koorts optreden als bijverschijnsel van de hevige polyartritis.
De aan- of afwezigheid van een autoantilichaam in het bloed, de zogenaamde reumafactor (RF) maakt het mogelijk polyarticulaire artritis te onderscheiden in twee subvormen: RF negatief en RF positief.
- RF positieve polyarticulaire JIA. Deze vorm komt zelden voor bij kinderen ( <5% van
alle JIA patiënten). Zij wordt beschouwd als het equivalent van de RF positieve
reumatoïde artritis bij volwassenen ( de meest voorkomende vorm van chronische artritis
bij volwassenen). De patiënt heeft meestal een symmetrische artritis, waarbij in het begin
vooral de kleine gewrichten van handen en voeten zijn aangetast; daarna volgen de
andere gewrichten. Deze vorm komt meer voor bij meisjes dan bij jongens en begint
meestal na het 10e levensjaar. Het is meestal een ernstige vorm van artritis.
- RF negatieve polyarticulaire JIA. Deze vorm komt voor bij 15-20% van alle JIA
patiënten. Het is een complexe vorm, waar waarschijnlijk verschillende ziektes onder
vallen. Zij treedt op op alle leeftijden. De complexiteit ervan weerspiegelt zich in een
uiterst variabele prognose.
- Oligoarticulaire JIA.
Deze vorm wordt, in de eerste zes maanden van de ziekte,
gekenmerkt door de aanwezigheid van minder dan 5 aangetaste gewrichten, zonder
systemische verschijnselen.
Oligoartritis begint meestal voor het 6e levensjaar en komt het meest voor bij meisjes. Als
de ziekte beperkt blijft tot één of enkele gewrichten is, bij een juiste behandeling, de prognose
vaak goed; bij de uitgebreide vorm is de prognose wisselend. Deze aandoening veroorzaakt meestal een artritis van één of twee knieën of enkels. Bij sommige patiënten neemt het aantal aangedane gewrichten na de eerste zes maanden toe tot 5 of meer; we spreken dan van zich uitbreidende oligoartritis (in het Engels: extended oligoarthritis).
Bij een aanzienlijk aantal patiënten kan een ernstige complicatie aan de ogen optreden:
ontsteking van het regenboogvlies (uveïtis of iridocyclitis).
Als deze aandoening niet herkend wordt en onbehandeld blijft, kan zij zeer ernstige
schade aan het oog veroorzaken. Tijdige herkenning van deze complicatie is dan ook
uitermate belangrijk. Daar de (achterste) uveïtis door ouders en klinische artsen vaak niet
opgemerkt wordt - het oog wordt niet rood en het kind klaagt niet over slecht zien –
dienen kinderen met een verhoogd risico elke drie tot zes maanden met een zogenaamde
spleetlamp gecontroleerd te worden door een oogarts.
Oligoartrits is de meest voorkomende vorm van JIA (40 - 50% van alle gevallen). In het bloed vinden we frequent een auto – antilichaam , nl de anti nucleaire factor (ANF). Deze ANF
positieve vorm in combinatie met uveïtis is een ziekte die alleen bij de jeugd voorkomt en niet waargenomen is bij volwassenen.
- Artritis psoriatica of psoriasisartritis.
Deze vorm wordt gekenmerkt door artritis in combinatie met
psoriasis of psoriatische kenmerken. Psoriasis is een huidziekte met plekken schilferende
huid voornamelijk op de ellebogen en de knieën. De huidziekte manifesteert zich ofwel
voor ofwel na het begin van de artritis. De vorm is zeer complex wat betreft klinische
symptomen en prognose.
- Artritis met enthesitis.
Het meest voorkomende symptoom is een oligoartritis waarbij
hoofdzakelijk de grote gewrichten van de onderste ledematen zijn aangedaan in
combinatie met enthesitis. Enthesitis is de ontsteking van de enthesis, het
aanhechtingspunt van de pees aan het bot. Gewoonlijk zit de pijn in de voet, achter of
onder de hiel. Soms treedt bij deze patiënten een acute anterieure uveïtis op, waarbij – in
tegenstelling tot de uveïtis bij de oligoarticulaie vorm – rode ogen, tranende ogen en
overgevoeligheid voor licht voorkomen.
De meeste patiënten worden positief bevonden bij de HLA B27 laboratoriumtest. De
ziekte treft voornamelijk jongens en begint meestal na het 7e-8e levensjaar. Het verloop
van deze vorm is wisselend. Bij sommige patiënten komt de ziekte in remissie, terwijl zij
zich bij anderen uitbreidt tot het axiale skelet (de ruggengraat), in de vorm van aantasting
van het gewricht tussen heiligbeen en darmbeen (in het onderste gedeelte van de rug).
Deze vorm van JIA behoort tot een groep ziektes die meer bij volwassenen voorkomt en
spondyloartropathie genoemd wordt omdat de ruggengraat wordt aangetast
Waardoor wordt chronische iridocyclitis veroorzaakt? Is er een verband met
artritis?
Net als bij artritis wordt deze oogontsteking veroorzaakt door een abnormale
immuunreactie in het oog (auto-immuun). Het is onbekend welke mechanismen hiervoor
verantwoordelijk zijn.
Deze aandoening komt hoofdzakelijk voor bij patiënten met de oligoarticulaire vorm van JIA.
Het is niet bekend wat de samenhang is tussen oog- en articulaire ziekte. Het is echter wel
belangrijk eraan te blijven denken dat artritis en iridocyclitis elk een eigen verloop
hebben, zodat regelmatige controles met de spleetlamp noodzakelijk blijven ook al is de
artritis in remissie.
Is de ziekte bij kinderen verschillend van die bij volwassenen?
Over het algemeen wel. De polyarticulare RF positieve vorm treft ongeveer 70% van de
volwassen patiënten met reumatoïde artritis; bij kinderen treft zij minder dan 5% van de
patiënten. De oligoarticuliare vorm met een vroegtijdig begin treft ongeveer 50% van de
JIA-patiënten; bij volwassenen komt zij niet voor. Systemische artritis is kenmerkend bij
kinderen en wordt zelden waargenomen bij volwassenen.
Hoe kunnen we de ziekte behandelen?
Er bestaat geen therapie om JIA te genezen. Het doel van de behandeling is om kinderen
in staat te stellen een normaal leven te leiden en om schade aan gewrichten en organen te voorkomen in afwachting van een spontane remissie van de ziekte, die in de meeste
gevallen voorkomt na een in duur variabele en onvoorspelbare periode. De behandeling is hoofdzakelijk gebaseerd op het gebruik van medicijnen die de systemische en/of
gewrichtsontsteking remmen en op revalidatie voor het behoud van de functie van het
gewricht en ter voorkoming van vergroeiing.
De behandeling is heel complex en daarvoor is samenwerking van de verschillende
specialisten (kinderreumatoloog, orthopedisch chirurg, fysiotherapeut, ergotherapeut,
oogarts) noodzakelijk.
- Non-steroïde anti-inflammatoire medicijnen (Non-Steroidal Anti-inflammatory
Drugs, afgekort NSAID’s).
Dit zijn symptomatische ontstekingsremmende en
koortswerende medicijnen; symptomatisch betekent dat zij niet kunnen leiden tot een
remissie van de ziekte, maar slechts dienen om de ontstekingsverschijnselen te beheersen.
De meest gebruikte zijn naproxen en ibuprofen; aspirine, hoe effectief en goedkoop ook,
wordt tegenwoordig veel minder gebruikt vanwege de hogere kans op bijwerkingen.
(systemische effecten bij de bloedstolling, leververgiftiging vooral bij systemische JIA).
Deze medicijnen worden over het algemeen goed verdragen en maagproblemen, de
bekendste bijwerking bij volwassenen, treden bij kinderen nauwelijks op. Gelijktijdig
gebruik van verschillende NSAID’s is niet aan te raden, maar gewoonlijk kan het ene
NSAID effectief zijn en het andere niet. De optimale werking op de gewrichtsontsteking
treedt op na enige weken gebruik.
- Injecties in het gewricht.
Injecties worden gebruikt wanneer een of slechts een paar
gewrichten zijn aangedaan en wanneer het voortduren van de gewrichts contractuur
(ondergeschikt aan de pijn) kan leiden tot vergroeiing. Het geïnjecteerde medicijn is een
langdurig werkend steroïde preparaat. Vanwege het langdurige effect (vaak enkele
maanden) wordt de voorkeur gegeven aan triamcinolon hexacetonide; opname van het
middel in de bloedsomloop is minimaal.
- Tweedelijns medicijnen of immuunmodulerende middelen of nog DMARD’s (disease modifying antirheumatic drugs).
Deze worden voorgeschreven aan kinderen die een progressieve polyartritis ontwikkelen ondanks de therapie met NSAID’s . Tweedelijns medicijnen worden toegevoegd aan de voorafgaande NSAID therapie, die dus ook voortgezet dient te worden. De werking van de meeste tweedelijns medicijnen wordt optimaal merkbaar na enige weken of maanden van gebruik. De eerste keuze bij kinderen met een polyartritis bestaat uit een lage wekelijkse dosering van methotrexaat. Dit middel werkt bij de meeste patiënten goed. Het heeft een ontstekingsremmende werking, maar het kan ook, bij sommige patiënten en via onbekende mechanismen, leiden tot een remissie van de ziekte. Het wordt normaliter goed verdragen; misselijkheid en een verhoging van de transaminase waarden (een leverenzym) zijn de meest bekende bijwerkingen. Vanwege mogelijke
bijwerkingen is een periodieke laboratorium controle noodzakelijk.
Door het medicijn te combineren met foliumzuur, een vitamine, vermindert het risico op
bijwerkingen.
Salazopyrine blijkt ook effectief te zijn bij JIA, maar wordt meer gebruikt in de oligoarticulaire vormen en spndyloarthropathieën.
De introductie van de zogenaamde anti-TNF-medicijnen, middelen die de tumor necrosis
factor (TNF) – een belangrijk onderdeel van het ontstekingsproces – blokkeren, biedt
nieuwe perspectieven. Deze middelen worden alleen of samen met methotrexaat gebruikt en zijn bij de meeste patiënten effectief. Ze werken snel en tot nu toe blijken ze veilig. Langduriger onderzoek is noodzakelijk om de bijwerkingen op lange termijn vast te stellen.
Zoals bij alle tweedelijns medicijnen is ook hier strikte medische controle noodzakelijk.
Anti-TNF-medicijnen zijn heel duur.
- Corticosteroïden.
Dit zijn de meest effectieve ontstekingsremmende medicijnen, maar
de toepassing ervan is beperkt, omdat gebruik op lange termijn ernstige bijwerkingen
geeft zoals osteoporose en groeistoornissen. Zij zijn echter waardevol bij de behandeling
van systemische symptomen die resistent zijn voor andere therapieën, van
levensbedreigende systemische complicaties en als “overbruggings”medicijn bij acute
opflakkering van de ziekte als men wacht op de werking van tweedelijns medicijnen.
Lokale steroïden (oogdruppels) worden gebruikt bij de behandeling van iridocyclitis. Bij
ernstige gevallen kunnen steroïde injecties naast het oog of steroïd toediening als tablet
noodzakelijk zijn.
- Orthopedische chirurgie.
De belangrijkste indicaties hiervoor zijn vervanging van een aangetast gewricht door een prothese en het chirurgisch losmaken van de zachte
weefsels bij een permanente contractuur (= verkorting, samentrekking van spierweefsel of gewrichtskapsel).
- Revalidatie.
Dit is een essentieel onderdeel van de behandeling. Het omvat zowel
adequate oefeningen als, indien gewenst, het dragen van spalken om een ongewenste
stand van het gewricht te voorkomen. Er moet in een vroeg stadium mee begonnen
worden en continue herhaald worden om beweging, spierspanning en kracht op peil te
houden en om vergroeiingen te voorkomen, te beperken of te corrigeren.
Wat zijn de belangrijkste bijwerkingen van de behandeling?
De medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van JIA worden gewoonlijk goed
verdragen. Maagproblemen, de meest voorkomende bijwerking van NSAID’s ( die dus
ook tijdens de maaltijd moeten worden ingenomen), komen bij kinderen minder voor dan
bij volwassenen. NSAID’s kunnen een verhoging van de waarden van enkele
leverenzymen in het bloed veroorzaken, maar dit komt zelden voor bij andere medicijnen
dan aspirine.
Methotrexaat wordt ook goed verdragen. Maagdarm bijwerkingen, zoals misselijkheid en
braken, zijn niet ongewoon. Om eventuele bijwerkingen te voorkomen is het
belangrijk om regelmatig laboratoriumtests (bloedwaarden en leverenzymen, enz) te laten uitvoeren. De meest voorkomende laboratoriumafwijking is een verhoging van de
leverenzymen die weer normaal wordt als men stopt met de medicijnen of de hoeveelheid ervan vermindert. De toediening van foliumzuur helpt om het optreden van
leververgiftiging te voorkomen. Overgevoeligheidsreacties op methotrexaat kunnen
voorkomen, maar zijn zeldzaam.
Salazopyrine wordt over het algemeen goed verdragen; de meest voorkomende
bijwerkingen zijn huiduitslag, maagdarmproblemen, verhoogde lever transaminase
waardes (lever prikkeling), leukopenie (afname van de witte bloedcellen en dus
verhoging van het risico op infecties). Daarom zijn, net als bij methotrexaat, regelmatige
laboratoriumonderzoeken noodzakelijk.
Anti-TNF-middelen worden over het algemeen goed verdragen. De patiënten dienen
zorgvuldig gevolgd te worden op het mogelijk ontstaan van ernstige infecties.
Langdurig gebruik van steroïden in hoge doseringen gaat samen met enkele ernstige
bijwerkingen, waaronder groeistoornissen en osteoporose. Een hoge dosis steroïden leidt
tot een duidelijk vergrote eetlust, wat kan leiden tot zwaarlijvigheid. Het is daarom
belangrijk kinderen te leren caloriearm voedsel te eten.
Hoe lang duurt de behandeling?
De behandeling duurt zolang als de ziekte voorduurt. De duur van de ziekte is
onvoorspelbaar; in de meeste gevallen treedt bij JIA, na enkele of vele jaren, een
spontane remissie op. Het verloop van JIA wordt vaak gekenmerkt door afwisselende
perioden van remissie en verslechtering, waardoor de therapeutische behandeling steeds
aangepast moet worden. Totaal stoppen met de behandeling wordt slechts overwogen na
een langdurige en complete remissie van de ziekte.
Oogonderzoek (spleetlamp onderzoek); hoe vaak en hoe lang?
Bij risicogevallen (ANF-positief) dient tenminste elke drie maanden een onderzoek
gedaan te worden. De patiënten die al iridocyclitis hebben, dienen vaker onderzocht te
worden; de frequentie hangt af van de ernst van de ziekte.
Het risico van iridocyclitis neemt mettertijd toe; zij kan echter ook jaren na het begin van
de artritis ontstaan. Daarom is het raadzaam het oogonderzoek voort te zetten ook al is de artritis in remissie.
Acute uveïtis, die voorkomt bij patiënten met artritis met enthesitis, is symptomatisch
(rode ogen, pijn en overgevoeligheid voor licht); daarom is spleetlamponderzoek voor
een tijdige diagnose niet nodig.
Hoe is het verloop op lange termijn (de prognose) van artritis?
De prognose van artritis hangt af van de ernst van de ziekte, de klinische vorm van JIA en de vroegtijdige en juiste behandeling. De prognose is duidelijk verbeterd door de
verbetering van de therapie gedurende de laatste 10 jaar.
Systemische JIA heeft een variabele prognose. Ongeveer de helft van de patiënten heeft
weinig artritisklachten en bij hen wordt de ziekte hoofdzakelijk gekenmerkt door
periodieke opflakkeringen van het systeemlijden; de uiteindelijke prognose is vaak goed daar de ziekte regelmatig in een spontane remissie komt. Bij de andere helft van de patiënten wordt de ziekte gekenmerkt door een voortdurende artritis, terwijl de systemische symptomen met de jaren verdwijnen; bij deze patiënten kan gewrichtsbeschadiging optreden. Bij een kleine minderheid van deze tweede groep patiënten duren zowel de systemische symptomen als de gewrichtsontstekingen voort; deze patiënten hebben de slechtste prognose en bij hen kan amyloidose optreden, een ernstige complicatie waarvoor zware immunosuppressieve behandeling noodzakelijk is. De RF positieve polyarticulaire JIA kent vaker een progressief verloop t.a.v. de gewrichten en kan leiden tot ernstige gewrichtsbeschadiging. De RF negatieve polyarticulaire JIA is complex, zowel qua klinische symptomen als qua prognose. De algemene prognose is echter veel beter dan bij RF positieve JIA; slechts bij een kwart van de patiënten treedt schade aan de gewrichten op.
Oligoartritis kent vaak een goede prognose inzake de gewrichten als de ziekte
beperkt blijft tot minder dan 5 gewrichten. Voor patiënten bij wie de ziekte zich uitbreidt
tot meerder gewrichten is de prognose gelijk aan die voor patiënten met RF negatieve
polyarticulaire JIA. Bij de meeste patiënten met JIA psoriatica is het verloop van de
ziekte gelijk aan die van oligoarticulaire JIA; het risico voor uitbreiding naar
polyarticulaire JIA is mettertijd wat groter. JIA met enthesiopathie heeft ook een
variabele prognose. Bij sommige patiënten komt de ziekte in remissie, terwijl bij anderen
de ziekte zich uitbreidt naar het gewricht tussen het heiligbeen en het bekken.
Tot nu toe bestaan er geen klinische of laboratoriumkenmerken die kunnen voorspellen
welke patiënt bij het begin van de ziekte de ernstigste prognose heeft. Als dat wel het
geval zou zijn zouden we de betreffende patiënten vanaf het begin van de ziekte met
zwaardere medicijnen kunnen behandelen.
Auteur:
Rik Joos
Reumatoloog
Centrum voor kinderreumatologie en adolescentenreumatologie
UZ Gent
De Pintelaan 185
9000 Gent
|