Administratieve rompslomp kost de patiënt geld

 
 
09/02/2015
 
Persbericht van de Onafhankelijke Ziekenfondsen:
 
Nu het bezoek aan sommige specialisten duurder is geworden voor de patiënt, waren de Onafhankelijke Ziekenfondsen benieuwd naar het resultaat van een oude maatregel (2007) die tot doel had om de prijs bij de specialist te verlagen na een doorverwijzing door de huisarts. En wat blijkt? Slechts 1 op de 100 patiënten geniet deze korting, terwijl iedereen ervoor in aanmerking komt!
 
 
De Onafhankelijke Ziekenfondsen ijveren voor een toegankelijke zorg, dus ook bij de specialist.
Ze wilden dan ook weten of een maatregel uit 2007 zijn doel wel bereikt. Dankzij deze maatregel krijgt de patiënt een betere terugbetaling van zijn eerste raadpleging bij een specialist als hij is doorverwezen door zijn huisarts. Als het bezoek bij de huisarts geattesteerd wordt, daalt het remgeld voor de patiënt met 5 euro voor een gewone verzekerde en met 2 euro voor een rechthebbende op de verhoogde tegemoetkoming (RVV).
 
Slechts 1 op de 100 patiënten
Tijdens de analyse van de raadplegingen van hun 2 miljoen leden*,  hebben de Onafhankelijke Ziekenfondsen tot hun grote verbazing vastgesteld dat slechts 1 op de 100 patiënten die een specialist geraadpleegd heeft, ook echt een verhoogde terugbetaling heeft gekregen.  
Het percentage van de raadplegingen van specialisten na een geattesteerde doorverwijzing door een huisarts, is dus zeer laag. De doorverwijzing gebeurt nog het ‘vaakst’ bij geriaters (14%) en bij cardiologen (1%).  
Ander opmerkelijk feit: hoewel de huisartsen vaker doorverwijzen naar bepaalde specialisten zoals geriaters, worden de administratieve voorwaarden voor een verhoogde terugbetaling zelden vervuld in de praktijk. Bij de geriaters, bij wie het doorverwijzingspercentage het hoogst is (14%), heeft dan ook slechts 6% van de patiënten een verhoogde terugbetaling gekregen.
 
Te veel administratieve obstakels
Hoe komt het dat een maatregel in het voordeel van de patiënt amper toegepast wordt?
 
De voornaamste reden is het ontbreken van een Globaal Medisch Dossier (GMD).  Het openen van een GMD bij de huisarts is een onontbeerlijke voorwaarde om aanspraak te maken op de verhoogde terugbetaling. 46% van de raadplegingen bij specialisten gebeuren echter door patiënten zonder GMD. 
 
Een andere belangrijke reden is het ontbreken van een ‘geattesteerde’ doorverwijzing. Ofwel is de patiënt meteen naar de specialist gestapt, ofwel heeft de specialist  de voorschrijvende huisarts niet vermeld op het getuigschrift voor verstrekte hulp, ofwel heeft de huisarts geen gebruik gemaakt van het administratieve formulier ad hoc bij de doorverwijzing van de patiënt naar een collega. Het gebeurt ook dat de patiënt uit vergeetachtigheid het juiste formulier niet aan zijn ziekenfonds bezorgt. In totaal werd voor 54% van de raadplegingen geen verlaagd remgeld toegekend, hoewel de betrokken patiënten beschikten over een GMD.
 
Ten slotte stelden we vast dat 19% van de huisartsen nooit doorverwijst naar een collega-specialist. 
 
De regels vereenvoudigen en de maatregel uitbreiden 
Uit de studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat er te veel administratieve obstakels zijn om aanspraak te maken op een verhoogde terugbetaling na een eerste raadpleging bij de specialist. Is dat officiële formulier wel noodzakelijk? Volstaat het niet om het nummer van de voorschrijver te vermelden op het getuigschrift voor verstrekte hulp van de specialist?  
De Onafhankelijke Ziekenfondsen pleiten ook voor een uitbreiding van de doorverwijzings- mogelijkheid naar andere voorschrijvers zoals tandartsen.  Na een mondonderzoek gebeuren de doorverwijzingen naar een stomatoloog (of naar andere specialisten) namelijk vaak door tandartsen. 
 
 
Het is zeer verbazend dat een maatregel die bevorderlijk is voor de toegankelijkheid en de echelonnering van de zorg, nauwelijks toegepast wordt. Ofwel laten de betrokken zorgverleners zich afschrikken door de administratieve rompslomp en moet daar dringend iets aan gedaan worden, ofwel zijn ze niet genoeg geïnformeerd en moeten er informatiecampagnes georganiseerd worden om hen te sensibiliseren. Een ander heikel punt is natuurlijk dat er nog altijd te weinig patiënten zijn met een GMD bij hun huisarts. Het is nodig om hen te herinneren aan het medische en financiële belang van dit document.
 
 
*De studie heeft betrekking op de gegevens van 2013.  
 
 
Bron: Persbericht Onafhankelijke Ziekenfondsen, www.mloz.be