Meer dan 70 deelnemers voor ReumaCafé

 
 
05/12/2016
 
 
Op maandag 28 november kwamen meer dan zeventig geïnteresseerden luisteren naar de laatste stand van zaken rond biosimilars.
 
 
Sinds 2015 vervallen de patenten van de biologische medicijnen die worden ingezet tegen diverse vormen van reuma. Sindsdien zijn er similaire versies van deze producten op de markt gekomen. Similair, want het specifieke productieproces via levende organismen zorgt er voor dat er geen exacte kopieën kunnen worden gemaakt, zoals bij de chemische generische medicijnen.
Omdat Minister De Block begin 2016 een convenant sloot met de industrie en de artsen om het gebruik van deze middelen te stimuleren, vond ReumaNet het hoog tijd om patiënten en andere geïnteresseerden een update te geven rond dit onderwerp. 
 
 
Vooraf werd een korte enquête gehouden bij de patiënten om naar hun kennis rond biosimilars te peilen. Meer dan tweehonderd mensen vulden de vragenlijst in. Aan het begin van
 het ReumaCafé stelde Gerd Jacobs, voorzitter van ReumaNet, de resultaten voor. U vindt ze hier.
 
Daarna gaf Professor Westhovens een stand van zaken. Hij besprak het standpunt van de KBVR (Koninklijke Belgische Vereniging voor Reumatologie) over biosimilars dat werd opgesteld in 2015 maar dat nog steeds geldig is. De reumatologen moeten de kostprijs voor het budget van de gezondheidszorg steeds in het achterhoofd houden en doen een inspanning om nieuwe patiënten een biosimilar voor te schrijven. Toch dienen ze voorzichtig om te gaan met patiënten die goede resultaten hebben met hun huidige behandeling. Een switch van medicatie louter om budgettaire redenen is niet aangewezen.
De reumatoloog of behandelend arts dient ook steeds betrokken te worden bij het aankoopbeleid van zijn ziekenhuis, zodat hij de patiënten steeds de juiste medicatie kan aanbieden en niet ongewenst verplicht wordt om te switchen. Ook belangrijk is dat patiënten steeds goed geïnformeerd worden bij een eventuele switch. De behandelend arts moet daar de nodige tijd voor uittrekken. Er moet steeds voorzichtig worden omgesprongen met biologische medicatie in het algemeen, omwille van de werking en de kostprijs. 
 
Het convenant, stelt de Professor verder, bereikt zijn doelstellingen: in het eerste semester van 2016 is een hoger gebruik gerealiseerd dan vooropgesteld in de overeenkomst. 
Wat de huidige resultaten van wetenschappelijk onderzoek ons leren over dit onderwerp is dat de biosimilars op groepsniveau niet slechter scoren dan hun origineel, maar op individueel niveau kan er toch een verschil in werking en/of veiligheid optreden. Dit toont het belang aan van goede monitoring en opvolging. 
 
 
Prof. Paul De Clercq ging hier verder in detail op in. Zijn presentatie gaf een duidelijk overzicht van waar de aandachtspunten rond biosimilars liggen. 
 
Aan het eind van het ReumaCafé was er nog tijd voor vragen en bedenkingen. Katy Verhelle van de Vereniging voor Ziekenhuisapotheken maakte van die gelegenheid gebruik om te zeggen dat ook voor de ziekenhuizen de aandacht in de eerste plaats naar de kwaliteit en goede opvolging gaat en dan pas naar de prijs. Ze stelde dat patiënten in de toekomst nog steeds hun vertrouwde geneesmiddelen zullen kunnen krijgen in hun eigen ziekenhuis. Verder stipte ze ook aan dat het van groot belang is om steeds productnaam en lotnummer te noteren bij een incident, zodat de ziekenhuisapotheek en het FAGG (Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten) die nauwgezet kan opvolgen.
 
 
Nadien was het tijd voor een gezellige babbel met een drankje en een hapje. ReumaNet is blij met de goede commentaren die er achteraf waren.
Ook in 2017 worden twee nieuwe ReumaCafé’s georganiseerd.