Nieuwe regels in de terugbetaling van hulpmiddelen door het VAPH
Mensen met een handicap kunnen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap terecht voor een financiële
tussenkomst in de kosten van allerlei hulpmiddelen en aanpassingen. Het gaat daarbij o.a. om aanpassingen aan de woning of
de wagen, diverse mobiliteitshulpmiddelen of hulpmiddelen die het dagelijks leven gemakkelijker kunnen maken zoals een
brailleleesregel, een eetapparaat of een aangepaste boodschappenwagen.
Met ingang van 1 januari 2009 gelden nieuwe regels in de terugbetalingsprocedure van dit zogenaamde domein van de
“individuele materiële bijstand”.
Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.
Vermijden van onnodige adviesrapporten
Wie een aanvraag voor een hulpmiddel indient, moet een multidisciplinair verslag laten opstellen door een gespecialiseerd
multidisciplinair team (MDT). Daarbovenop is het MDT ook nog verplicht om voor elk gevraagd hulpmiddel een adviesrapport op
te stellen dat de noodzaak, de meerkost, de gebruiksfrequentie, de doelmatigheid en de doeltreffendheid motiveert.
Voor veel evidente aanvragen was deze procedure te omslachtig en tijdrovend. De aanpassing van de regelgeving vermijdt
overbodige adviesrapporten. Alle soorten hulpmiddelen, aanpassingen of vormen van bijstand die door het VAPH worden vergoed,
zijn samengebracht in de zogenaamde refertelijst. Daarbij wordt per hulpmiddel aangegeven hoe groot het maximumbedrag van de
tegemoetkoming is. Dat maximumbedrag wordt het refertebedrag genoemd.
In de nieuwe reglementering wordt per hulpmiddel in de refertelijst een refertetermijn vastgelegd. Dit is de gebruiksduur
van een hulpmiddel in normale omstandigheden. Wie nà het verstrijken van de reftertermijn opnieuw hetzelfde hulpmiddel
vraagt, moet enkel nog een gemotiveerde aanvraag indienen. Is er binnen de refertetermijn nood aan een nieuwe
tegemoetkoming, dan is een adviesrapport wél nog noodzakelijk.
Ook voor hulpmiddelen met een refertebedrag tot 375 euro is een adviesrapport niet meer nodig. Het gaat hier om eenvoudige
hulpmiddelen zoals een toiletverhoger, een handgreep of een douchestoeltje die voortaan eveneens kunnen aangevraagd worden
via een gemotiveerde aanvraag.
Doorverwijzing naar de Bijzondere Bijstandscommissie
Voor hulpmiddelen die niet op de refertelijst staan of die wel op de lijst staan maar waarvoor een hoger
terugbetalingsbedrag wordt gevraagd dan vermeld in de refertelijst, wordt de aanvraag behandeld door de Bijzondere
Bijstandscommissie. Bijkomende voorwaarde is dat het gevraagde hulpmiddel minstens 250 euro kost en dat er sprake is van een
zeer uitzonderlijke zorgbehoefte. Dit laatste begrip wordt in de nieuwe regelgeving voor het eerst duidelijk omschreven.
De Bijzondere Bijstandscommissie stelt bovendien regelmatig vast dat er voor sommige hulpmiddelen grote prijsverschillen
bestaan, afhankelijk van de leverancier waartoe de persoon met een handicap zich heeft gericht. Voor een uitgebreide
autoaanpassing bv. kan dit prijsverschil oplopen tot meerdere duizenden euro. Daarom zal de Bijzondere Bijstandscommissie
voor bijzondere hulpmiddelen of aanpassingen (zonder refertebedrag) voortaan meerdere offertes vragen.
Einddatum in beslissingen
Tot voor kort hadden beslissingen geen einddatum. Dat wou zeggen dat de gebruiker zelf mocht beslissen op welk moment hij of
zij het toegekende hulpmiddel ook effectief aankocht. Vanaf 1 januari 2009 is een beslissing nog twee jaar geldig. Voor
aanpassingen aan de woning wordt een uitzondering gemaakt. Op dat domein wordt toegestaan dat de werken binnen een termijn
van vier jaar worden beëindigd.
Indieningstermijn van facturen
Het VAPH komt enkel tussen op basis van facturen. De termijn waarbinnen facturen ingediend moesten worden, bedroeg
oorspronkelijk zes maanden. Vanaf 1 januari 2009 wordt deze termijn verschoven naar 1 jaar. Wat er op neer komt dat de
persoon met een handicap tot een jaar na aankoop tijd heeft om facturen in te dienen.
Onderhoud en herstelkosten
In de vorige refertelijst was er voor “onderhoud en herstelling” samen één refertebedrag voorzien, namelijk 40% van het
refertebedrag dat het VAPH toekent voor de aankoop van het hulpmiddel. Het refertebedrag was bedoeld voor de levensduur van
het hulpmiddel. In de praktijk werd dit bedrag echter vaak in enkele jaren opgebruikt, bv. omdat sommige leveranciers
personen met een handicap zeer dure onderhoudscontracten aansmeren en aanrekenen. Om deze praktijken uit te sluiten werden
de refertebedragen, de voorwaarden en de wijze van subsidiëring van onderhoud en herstel grondig aangepast.
Belangrijkste nieuwigheid is dat de terugbetaling van onderhoudskosten en herstellingskosten voortaan van elkaar
losgekoppeld, dus apart bekeken worden.
Onderhoud
Er wordt enkel nog een tegemoetkoming in onderhoud voorzien voor volgende hulpmiddelen:
- traplift, plateaulift en kokerlift
- elektrisch aangedreven lifters en til-en verplaatstingssystemen voor gebruik van één of meerdere ruimtes
- brailleleesregels, brailleschrijfmachines en notitietoestellen
Onderzoek heeft uitgewezen dat het grootste aandeel van onderhoudskosten bestaat uit kosten voor dienstreizen en
werkuren, ongeacht (de aard van) het hulpmiddel of de aanpassing. Voor het onderhoud van liften bv. zijn minstens 80%
van de kosten gerelateerd aan werkuren.
Vanuit die vaststellingen worden onderhoudsbeurten voortaan algemeen berekend aan 175 euro per onderhoudsbeurt. Dit
impliceert zowel de geleverde prestatie (werkuren), de eventuele vervanging van kleine wisselstukken, het gebruik van
onderhoudsproducten en de dienstreis tot bij de klant. Voor toestellen waarvoor onderhoud meermaals per jaar is aangewezen,
werd een maximumbedrag voor jaarlijks onderhoud bepaald.
Herstellingen
Er wordt nog slechts tussengekomen in de herstellingskosten van:
- traplift, plateaulift en kokerlift
- brailleprinter, brailleleesregels en notitietoestellen voor blinden met brailleweergave
Herstellingskosten worden voortaan gedefinieerd als “uitzonderlijke kosten om een defect toestel opnieuw bedrijfsklaar
te maken na een aanhoudende storing, defect, beschadiging enz.”.
Het VAPH neemt nooit nog herstellingskosten ten laste tijdens de wettelijke garantieperiode.
De hoogte van het uitgetrokken subsidiebedrag voor herstel is afhankelijk van de verwachte gebruiksduur van het
toestel. Als het refertebedrag voor herstel is uitgeput, dan kan bij de Bijzondere Bijstandcommissie een aanvraag
worden ingediend voor eventuele bijkomende herstelkosten. Gelet op de verhouding tussen de aangegeven kostprijs van de
herstelling, het refertebedrag en de verwachte verlengde levensduur weegt de BBC af of de herstelling nog verantwoord
is of adviseert de aankoop van een nieuw toestel.
Opgelet! Op gebied van onderhoud en herstel van rolstoelen wijzigt er niets. Hier blijft de oude, specifieke regeling van kracht.
Wijzigingen aan de refertelijst
De wijzigingen aan de refertelijst omvatten enkele aangepaste refertebedragen, een herindeling van bepaalde deellijsten en
de toevoeging van nieuwe hulpmiddelen.
Belangrijke nieuwigheid is dat er een geheel nieuwe lijst werd gecreëerd voor personen met een beperking van de
intellectuele of andere mentale functies.
|