Ontstekingsreuma: baanbrekende ontwikkelingen
‘Ontstekingsreuma: baanbrekende ontwikkelingen’
Mevrouw dr. D. M. Gerlag, internist/reumatoloog AMC' Amsterdam
Over de spreker:
Dr. Gerlag heeft haar opleiding tot arts gevolgd te Leiden aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Van 1990 tot 1991 werkte zij als arts-assistent geneeskunde in het Sint Elisabeth Ziekenhuis te Leiderdorp, niet in opleiding interne geneeskunde en cardiologie alwaar zij van 1991 tot 1993 haar opleiding tot internist startte (opleider: dr.W.A. van Amstel). Deze opleiding werd vervolgd in het Academisch Ziekenhuis Leiden (opleider: prof. Dr. A.E. Meinders), waarna registratie als internist volgde in september 1997. Daarna volgde een periode van twee jaar onderzoek in het laboratorium van prof.G.S.Firestein, hoofdvan de afdeling Rheumatology, Allergy, and lmmunology van de University of California, SanDiego School of Medicine te la Jolla, Californië. In 1999 startte zij haar opleiding tot reumatoloog in het Leids Universitair Medisch Centrum (opleider: prof.dr. F.C. Breedveld). In 2001 werd zij geregistreerd als reumatoloog. Sindsdien werkt zij als staflid bij de divisie Klinische Immunologie en Reumatologie van de afdeling Inwendige Geneeskunde van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Sinds 2006 is zij secretaris van het Concilium Rheumatologicum en sinds 2008 plaatsvervangend lid bij de Medische Specialisten Registratie Commissie.
Samenvatting:
Reumatoïde artritis (RA) is een chronische gewrichtsaandoening die zich kenmerkt door een ontstekingsproces van het weefsel dat de binnenzijde van de gewrichten bekleedt (synovium). Dit ontstoken synovium geeft vaak aanleiding tot zwelling, pijn en beperkte beweeglijkheid van de gewrichten. Daarnaast kan de ziekte zich ook in andere organen openbaren zoals de ogen, huid, longen en bloedvaten. RA komt wereldwijd bij ongeveer 1% van de bevolking voor, waarbij vrouwen 3 keer vaker door de ziekte getroffen worden dan mannen. De ziekte leidt onbehandeld vaak tot ernstige schade van kraakbeen en bot, met als gevolg invaliditeit en verminderde kwaliteit van leven.
Bovendien leidt het hebben van een ernstige vorm van RA tot een hogere mortaliteit, vergelijkbaar met sommige vormen van kanker. Ondanks het feit dat de oorzaak van RA onbekend is, zijn er de laatste 10 tot 15 jaar meer en betere behandelingsopties. Door veranderde inzichten in behandelstrategieën met conventionele disease-modifying antirheumatic drugs (DMARD’s) en de introductie van medicamenten die als gevolg van moleculair wetenschappelijk onderzoek zijn ontwikkeld, de zogenaamde biologicals, zijn de vooruitzichten voor veel patiënten met de diagnose RA belangrijk verbeterd.
De behandelingen met medicamenten uit deze categorie leiden bij 60 tot 70% van de mensen die eerder onvoldoende reageerden op meer dan één DMARD tot een duidelijke afname van de ziekteactiviteit met als gevolg verminderde gewrichtsschade en een verbetering van de kwaliteit van leven.
Voorafgaand aan de zichtbare ontstekingsfase van RA is er een fase waarin mensen nog geen last van artritis (gewrichtsontsteking met zichtbare zwelling) hebben, maar waarin er al wel afwijkingen in het immuunsysteem zijn. In deze zogenaamde pre-klinische fase kunnen antistoffen worden aangetoond, anti-CCP antistoffen en lgM reumafactor genaamd, bij mensen die uiteindelijk RA ontwikkelen. Deze antistoffen worden gemiddeld jaar vóór het manifest worden van de ziekte in het bloed gevonden. De kans op het ontwikkelen van reumatoïde artritis bij deze mensen binnen 2 jaar is circa 25%. Daarnaast worden bíj een deel van deze mensen ook verhoogde ontstekingswaarden in het bloed gevonden. Het lijkt er dus op dat reumafactoren een belangrijke rol spelen in het ontstaan van de ziekte en het is mogelijk om mensen die een grote kans lopen op het ontwikkelen van RA in de pre-klinischefase al op te sporen door middel van het zoeken naar antilichamen waaronder reumafactoren.
Lezing gehouden op het congres ‘Rond Reuma’ op 06/02/2010 te Nieuwegein (Nl)
|