Samen staan we sterk ...

Reumazorg meer dan medicijnen

'Reumazorg meer dan medicijnen'

Dr. T.P.M. Vliet-Vlieland arts-epidemioloog universitair hoofddocent LUMC Leiden.
 
over de spreker:
Dr. T. Vliet-Vlieland is arts-epidemioloog en fysiotherapeut, en als universitair hoofddocent verbonden aan de afdelingen reumatologie en orthopedie van het Leids Universitair Centrum.
Haar onderzoekslijn heeft betrekking op de ontwikkeling en evaluatie van niet-medicamenteuze behandelingsstrategieën in de reumazorg. Deze kunnen bestaan uit bijv. oefentherapie en bewegen, aanpassingen en hulpmiddelen, informatievoorziening of multidisciplinaire zorg.
Zij heeft het initiatief genomen tot de oprichting van de internationale CARE organisatie die tot doel heeft het wetenschappelijk onderzoek naar reumazorg te bevorderen. Zij ontving o.m. de Goslingprijs (1997), de Reumaprijs (2004), de Distinguishes Scholar Award van de Association of Rheumatology Health Professionals (USA 2008)
 
Samenvatting:
In de laatste decennia is er grote vooruitgang geboekt in de behandeling van verschillende reumatische aandoeningen door middel van medicijnen.
Desondanks hebben de meeste patiënten met reumatische aandoeningen in meer of mindere mate last van klachten als pijn, stijfheid en vermoeidheid. Deze klachten kunnen leiden tot beperkingen in de uitvoering van dagelijkse activiteiten en in de maatschappelijke participatie. Hierdoor komen bijv. ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid bij mensen met reumatische aandoeningen relatief vaker voor dan in de algemene bevolking.
Een aanzienlijk deel van de mensen met reumatische aandoeningen heeft in verband met de gevolgen van de ziekte, naast medische zorg (medicijnen en/of chirurgische behandeling) aanvullende zorg of begeleiding nodig. Deze kan bijv. bestaan uit verpleegkundige zorg, fysiotherapie, ergotherapie of begeleiding door een maatschappelijk werker of psycholoog.
In deze niet-medicamenteuze reumazorg zijn er de afgelopen jaren veel ontwikkelingen geweest die de kwaliteit sterk hebben verbeterd. Voorbeelden hiervan zijn de grootschalige inzet van gespecialiseerde reumaverpleegkundigen op poliklinieken reumatologie in ziekenhuizen, de opleiding van fysio- en oefentherapeuten met specifieke deskundigheid op het gebied van reumatische aandoeningen, en het beschikbaar komen van een grote verscheidenheid aan beweegprogramma’s en van informatiebronnen (folders en websites).
Het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de niet-medicamenteuze reumazorg heeft ook belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. Er zijn veel meer gegevens bekend geworden over de effectiviteit van bijv. oefentherapie en beweegprogramma’s, voorlichting en cognitieve gedragstherapie en pols- en vingerspalken. Deze nieuwe resultaten zijn, samen met gegevens uit de dag-dagelijkse praktijk, recent verwerkt in een aantal richtlijnen voor reumatoïde artritis.
Daarnaast wordt er meer en meer onderzoek verricht naar de toegankelijkheid en organisatie van reumazorg. Want niet alle mensen met een reumatische aandoening die in aanmerking komen voor bepaalde niet-medicamenteuze behandelingen waarvan de werkzaamheid is vastgesteld, maken daar ook werkelijk gebruik van. Een voorbeeld hiervan is het sub-optimale gebruik van oefentherapie bij zorgverleners bij artrose van heup en knie. Onbekendheid met de mogelijkheid van niet-medicamenteuze therapie bij zorgverleners en patiënten, maar ook het niet goed aansluiten van vraag en aanbod en financiële beperkingen zijn een aantal aspecten die hierbij een rol spelen. Door een grotere betrokkenheid van patiënten bij de ontwikkeling en evaluatie van niet-medicamenteuze behandelstrategieën neemt de kans toe dat nieuwe inzichten in deze zorg ook hun weg vinden naar de praktijk. Het project ‘Onderzoekspartners’ is een belangrijke stimulans om de rol van de patiënt in het wetenschappelijk onderzoek, ook op het gebied van niet-medicamenteuze behandelingen te versterken.
Samenvattend maakt een belangrijk deel van de mensen met reumatische aandoeningen gebruik van niet-medicamenteuze behandelingen zoals begeleiding door een reumaverpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog of maatschappelijk werker, maar dit gebruik kan nog verder geoptimaliseerd. De wetenschappelijke onderbouwing van dit niet-medicamenteuze zorgaanbod wordt steeds sterker en deze vorm van zorg raakt meer en meer verankerd in professionele richtlijnen. Een uitdaging voor de toekomst is het verder aanpassen van de huidige niet-medicamenteuze zorg en het ontwikkelen van nieuwe vormen van zorg zodat deze in toenemende mate gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten, en aansluit bij de actuele behoeften van mensen met reumatische aandoeningen, en voor ieder die ervoor in aanmerking komt toegankelijk is.
 
Lezing gehouden op het congres ‘Rond Reuma’ op 06/02/2010 te Nieuwegein (Nl)