Samen staan we sterk ...

Remgeld voor patiënt neemt niet (of nauwelijks) toe

 

Het akkoord tussen artsen en ziekenfondsen over de tarieven voor volgend jaar en de daaraan gekoppelde terugbetalingen (het zogenaamde medicomut-akkoord) voorziet dat de artsen de indexering van hun honoraria deels laten schieten. Dat moet een besparing van 130 miljoen euro mogelijk maken. Indien beide partijen het voor de helft van 2012 eens raken over evenwaardige structurele maatregelen en wanneer die uitgevoerd zullen zijn, dan worden de honoraria uiterlijk op 1 december 2012 opnieuw aangepast.
 
Het regeerakkoord voorziet in 2012 en 2013 een besparing van respectievelijk 130 en 150 miljoen euro bij de honoraria. De regering had daarvoor zelf een piste naar voren geschoven, die niet naar de zin van de artsen was. Zo was sprake van een aftopping van de indexering van de honoraria voor technische prestaties en besparingen bij vijf sectoren.
 
Tijdelijke beperking van indexering
Uiteindelijk zal men de 130 miljoen euro besparen door een (tijdelijke) beperking van de indexering. Intussen zal worden gezocht naar andere structurele maatregelen. Het gaat om een daling van de indexering tot 1,5 procent voor intellectuele verstrekkingen en tot 1 procent voor medisch-technische verstrekkingen.
 
In tegenstelling tot de voorgaande akkoorden was er bij dit akkoord, dat maar voor een jaar geldt, geen ruimte voor nieuwe initiatieven. Belangrijk voor de patiënt is dat het remgeld - het gedeelte dat hij zelf betaalt - niet of nauwelijks verhoogt.
 
Tariefzekerheid voor de patiënt
De tekst bevat ook maatregelen om artsen ertoe aan te zetten zich te conventioneren. Dat betekent dat ze de tarieven uit het akkoord respecteren, wat tariefzekerheid voor de patiënt verzekert. Zo stijgt de premie voor volledig geconventioneerde en geaccrediteerde artsen van 593 naar 1.027 euro. Het sociaal statuut van geconventioneerde artsen neemt dan weer toe van 4.119 naar 4.324 euro. Dat van deels geconventioneerde artsen zal 2.127 euro bedragen.
 
Bij de huisartsen, voor wie de honoraria met 1,50 procent verhogen, valt de toename op van de praktijktoelage van 1.500 naar 1.650 euro. Voor avondconsultaties, tussen 18.00 en 21.00 uur, mogen ze een supplement van 3 euro aanrekenen en de bedragen van de beschikbaarheidshonoraria verhogen met 2,99 procent. Daar wordt de indexering dus niet afgetopt.
 
Drie uitzonderingen bij geneesheren-specialisten
Bij de geneesheren-specialisten verhogen de honoraria voor raadpleging, toezicht en andere intellectuele verstrekkingen met 1,50 procent. De speciale verstrekkingen verhogen met 1 procent. Er zijn evenwel drie uitzonderingen. Zo blijven de honoraria voor CT-scans, bepaalde prestaties van anesthesisten en de verstrekkingen van de nomenclatuur voor urgentiegeneeskunde op hetzelfde niveau van eind 2011.
 
Voor volgend jaar ligt er nog een pak werk op de plank van de nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen. Naast de realisering van de besparingen, staan een evaluatie van de zorgtrajecten en een onderzoek van de evolutie van de sociale derdebetaler op til. Andere agendapunten zijn een discussie over de organisatie van de wachtposten en een onderzoek van de verschillen tussen bepaalde honoraria van geaccrediteerde specialisten.
 
Individuele goedkeuring
De artsen moeten individueel te kennen geven of ze het akkoord gaan volgen. Momenteel is zowat 78 procent van de artsen geconventioneerd, maar binnen dat cijfer is er nog een onderscheid tussen de niet-geaccrediteerde (20 procent) en geaccrediteerde artsen (57 procent). Dat zijn artsen die een bepaald aantal vormingsactiviteiten hebben gevolgd zodat ze recht hebben op een verhoogd honorarium. (belga/adha)
 
Bron: De Morgen, 23/12/11