Samen staan we sterk ...

EULAR (Europese Liga tegen Reuma) 2007 Congres

EULAR 2007: Een echt Belgisch feest.

…” Oh ja, en kan je dan ook nog even een verslag maken van de rest van EULAR?”… Vraagje van de ReumaNet voorzitter. Er zijn gemakkelijkere dingen in het leven dan een verslag maken van een EULAR-congres! Maar voor zo’n voorzitter als de onze doe je toch alles, niet?

EULAR 2007 zal me voor altijd bijblijven als een echte Belgische happening. Terwijl ik vorig jaar in Amsterdam in mijn eentje de samenwerking in Vlaanderen onder de naam ReumaNet ging uitleggen, en daarbij lichtjes gedurfd vertelde dat we ook zouden gaan samenwerken met onze Franstalige broeders en zusters van CLAIR, zou ik dit jaar aan iedereen kunnen laten zien dat dit niet overdreven was! En hoe…

Vertrek met de fiets

Op donderdag7 juni, een kleine week vóór de eigenlijke start van EULAR, kwamen al enkele dapperen in Brussel bijeen om aan de Europese Parlementsleden hun initiatief uit te leggen: fietsen van Brussel naar Barcelona - patiënten, artsen, paramedici en sympathisanten samen - om de aandacht te vestigen op reuma. Het project werd enthousiast onthaald door de EU parlementsleden; we kregen zelfs eentje zover om een stukje mee te fietsen.
Het eigenlijke vertrek was gepland voor vrijdagochtend 8 juni. Wegens heel wat verplichtingen op het congres zelf, een gezondheid die het niet toelaat een week op de fiets te kruipen, en twee kleine gasten die wat aandacht verdienen, verkoos ondergetekende toch het vliegtuig naar Barcelona. Al was het met pijn in het hart toen ik zag wat voor een sfeer en enthousiasme er in de groep hing. Maar een mens kan niet alles, en soms zijn de keuzes hard…
De week die volgde, surfte ik elke dag naar de websites om de verhalen en gebeurtenissen te volgen van de dappersten onder de Belgen. Jaloezie was niet ver weg. Gelukkig moesten er presentaties voorbereid worden en werden de koffers bovengehaald. We zouden immers dezelfde kant uitgaan. Het vooruitzicht de groep Belgische fietsers in Barcelona te kunnen verwelkomen, deed me nog meer uitkijken naar mijn vertrek.

Woensdag 13 juni

De gezondheidspas

Woensdagnacht, om 3.30u (oh gruwel!) was het dan eindelijk mijn beurt. Mol => Zaventem => Barcelona! Met een goedgevulde agenda voor de komende vier dagen richting zuiden.
En daar was het meteen werken geblazen. Na de General Assembly, de algemene vergadering voor de afgevaardigden van de leden van EULAR (ReumaNet is daar eentje van), was het meteen tijd voor de eerste presentatie. Samen met Laurence Carton uit Frankrijk, die het algemene concept voorstelde, gaf ik officieel de resultaten vrij van onze pilootstudie van het patiëntenpaspoort. Dit paspoort werd immers voor het eerst bij ons uitgetest en op basis van onze bevindingen wordt de pas nu bijgewerkt tot een bruikbaar hulpmiddel voor alle Europese landen. Vanaf einde juni staat er een downloadbare versie op www.paremanifesto.org, zodat elke organisatie beschikt over het concept. Verder is elk land vrij om aanpassingen te doen naar eigen goeddunken. Gezien de verschillen in culturen, maar ook in gezondheidszorg, kunnen we geen eensluidend Europees model voorzien. In België zal een kleine werkgroep zich nog ontfermen over enkele aanpassingen, en hopelijk kan de gezondheidspas begin 2008 officieel gebruikt worden. We houden u via de website alleszins op de hoogte. Bij deze nogmaals heel hartelijk dank aan alle vrijwilligers die meededen aan de studie. Meer info over de gezondheidspas vindt u ook in de persteksten op deze website.

Een samenvatting van de lezing over het paspoort vind je hier

Andere interessante lezingen werden gegeven rond Wereldreumadag (12 oktober), een hulplijn voor reumapatiënten, hulpmiddelen voor kinderen en jongeren, en gemakkelijk te openen verpakkingen. Voor dat laatste werd een Europees project opgestart en hopelijk zal het ook in België doorbreken. Het betreft hier verpakkingen allerlei, van drankkartons tot pillendoosjes, die vereenvoudigd moeten worden om makkelijker te openen, zodat ook mensen met verminderde kracht in de handen geen hulp van derden nodig hebben om melk in de koffie te doen, of zelfs al maar koffie te zetten.

Links naar samenvattingen van deze lezingen:
Wereldreumadag
Verpakkingen
Telefoonhulplijn
Kinderen en Jongeren

Hoogtepunt van EULAR 2007

Na mijn eerste uiteenzetting was het alweer hollen naar de prachtig opgezette finishboog! De mensen van EULAR hadden kosten noch moeite gespaard om de fietsende Belgen met gepaste eer te verwelkomen. Een hele delegatie prominente EULAR-mensen stonden samen met reeds aangekomen Belgen en andere geïnteresseerden te wachten op een teken van leven. Perfecte timing op 1300 km is niet evident, maar rond 14.20u konden we tussen het Catalaanse verkeer een groepje gele fietsers zien verschijnen. Meteen steeg mijn “België”-gevoel naar ongekende hoogten! Langzaam maar zeker kroop de gele groep verder richting finish. Er werd geapplaudisseerd, gejuicht, gelachen, gehuild (van blijdschap) en omhelsd. Julius Caesar had groot gelijk: De Belgen zijn echt de dappersten! Nog nooit was ik zo trots Belg te zijn. Jongens: nog eens proficiat!
EULAR-voorzitter Prof. Tore Kvien en vice-voorzitters Maarten de Wit en Peter Oesch spraken de moedige atleten toe en hopen dat het prachtige initiatief navolging krijgt in Europa. Ik kan er meteen bij vertellen dat Nederland en Duitsland me al lieten weten uitermate geïnteresseerd te zijn in een joint venture. Dus dit succesverhaal wordt vervolgt. Chapeau Sylviane en co!
Meer info over de fietstocht vindt u in het archief op deze website.

(Internationale) samenwerkingsverbanden

Met de traantjes nog in mijn ogen volgde ik de volgende sessie op het programma van de Social Leagues (de patiëntenverenigingen in Europa): Succesvolle Europese samenwerkingsverbanden of hoe verschillende Europese verenigingen hun handen in elkaar slaan om tot betere resultaten te komen. Vertegenwoordigers van ASIF, de Internationale federatie voor mensen met AS (ziekte van Bechterev) en FESCA, Europese vereniging voor mensen met Sclerodermie, brachten de voor-en nadelen van een grote samenwerking naar voren. Werken met mensen uit verschillende landen brengt in de eerste plaats een niet te onderschatten hindernis met zich mee: de taal. Niet iedereen kan zich vlot uitdrukken in het Engels, en de communicatie kan hiermee best wel stroef verlopen. Het vraagt dan ook veel tijd en geduld om een netwerk op te zetten.

Maar dat het de moeite loont, vertelde Kim Fligelstone van FESCA ons in haar presentatie. De samenwerking met artsen verloopt veel vlotter en patiënten worden nauw betrokken bij het opstellen van richtlijnen voor de behandeling van sclerodermie. Samen vertegenwoordigen zij een veel grotere groep mensen en kunnen ze ervoor zorgen dat mensen met een zeldzame aandoening niet vergeten worden. Landen die nog geen eigen vereniging hebben, kunnen met behulp van materiaal van anderen, meteen van start. Financiële steun kan gebruikt worden voor iedereen, en de projecten kunnen grootser opgestart worden. Verder kunnen beleidsmakers ook vanuit Europa gestimuleerd worden om in hun eigen land de levensstandaard van mensen met een chronische aandoening te verbeteren. “Samen staan we sterk” geldt niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal niveau.

Nederland en Roemenië sloegen de handen in elkaar in het kader van het “Educational Exchange Programme”. Nederland heeft een grote, professionele organisatie (de Reumapatiëntenbond) en wilde haar expertise graag delen met Roemenië, waar ze minder ver staan. Dit leidde tot een meer georganiseerde groep in Roemenië, maar ook meer enthousiasme en werkkracht in Nederland. Communicatie blijft het sleutelwoord.

Samenvattingen onder volgende links:
FESCA
ASIF
Nederland-Roemenië

Social Leagues Algemene Vergadering

Om 17.00u werd ik opnieuw voor de keuze gesteld: twee gelijklopende meetings die allebei belangrijk waren. Bij de dokters stond een lezing rond cortisongebruik op het programma. Gedurende een jaar stelde ik samen met een groep artsen richtlijnen op voor het gebruik van cortison. Hierbij lichtte ik de standpunten van patiënten toe. Het was interessant te merken dat artsen dikwijls andere accenten leggen dan mensen die de medicatie ook effectief toegediend krijgen. De bedoeling van mijn deelname aan dit project was dus ook om het menselijke aspect niet uit het oog te verliezen. Het feit dat we mensen zijn met een chronische aandoening wil immers niet zeggen dat we alles uit handen moeten geven. We kunnen constructieve bijdragen leveren en zo de zorg voor iedereen verbeteren.

De bevindingen van deze werkgroep werden voorgedragen op EULAR, maar tegelijkertijd werd ook de algemene vergadering van de Social Leagues gehouden. En aangezien ik op de eerste plaats nog steeds op het congres ben om de Vlaamse - Belgische patiënten te vertegenwoordigen, ging dat toch even voor. Belangrijkste punt op deze bijeenkomst was de komende hervorming van de EULAR Social Leagues tot de EULAR PARE. Op dit moment worden er teveel afkortingen gebruikt en zijn er teveel groepen werkzaam voor éénzelfde ding: het welzijn van de reumapatiënten. Om alles eenvoudiger en transparanter te maken, zullen de Social Leagues en PARE (= People with Arthritis/Rheumatism in Europe, Mensen met Reuma in Europa) samengevoegd worden tot één geheel: EULAR PARE. Voor ReumaNet is dat een belangrijke groep om op Europees vlak sterk te staan. Vanaf 2008 gaat de hervorming in.
De uitwisselingsprogramma’s en lobbyactiviteiten van het voorbije jaar werden verder geëvalueerd alsook de relatie tot de artsengroep binnen EULAR.

Als afsluiter van de dag kregen we een Spaansgetinte openingsceremonie en een welkomstreceptie. Als ik er dan ook bij vertel dat de meeste onder ons amper een fatsoenlijk ontbijt hadden, en helemaal geen lunch, dan zal het wel duidelijk zijn dat we de obers met hapjes graag zagen komen. En zo was onze eerste EULAR-dag alweer achter de rug.

Donderdag 14 juni

Enkele highlights van donderdag

De tweede dag begon met een sessie rond ‘Het zelfbeeld van de patiënt’. Het is voor mensen met een reumatische aandoening niet altijd even gemakkelijk om een positief zelfbeeld te behouden. Het omgaan met beperkingen en een veranderend uiterlijk verschilt van patiënt tot patiënt. Steun van buitenaf is dikwijls heel welkom in moeilijkere tijden. Daarom werden ervaringen en tips uitgewisseld tijdens deze ochtendlezingen.

Meer info kan je vinden op volgende links:
De rol van paramedici
Personal development trainer
Van pediatrie naar reumatologie voor volwassenen

Tijdens de middag stond een werklunch op het programma. Het komende APOM-congres (Arthritis People On the Move, zal later het PARE-congres worden, om alle misverstanden te vermijden) vindt plaats van 26 tot 28 oktober 2007 in Vilnius, Litouwen, en de voorbereidingen hiervoor zijn reeds gestart. Feedback van de leden is heel welkom, dus een bijeenkomst tijdens EULAR is geen overbodige luxe. Zo weet de organisatie ook wat er leeft in de verschillende landen en kan ze inspelen op de noden en vragen. Op deze manier werd ook het patiëntenpaspoort geboren en heeft men in de UK videodagboeken ontwikkeld. Dit jaar zal de nadruk liggen op “Patient Advocacy” waarbij de aanwezige mensen een training krijgen ivm het opkomen voor de rechten van andere mensen met chronische aandoeningen. Ervaringen worden gedeeld met mensen van de Parkinsonvereniging en de Kankerliga uit de UK.
Er zal ook nog uitgebreid ingegaan worden op de verdere ontwikkeling van het paspoort in andere landen. Hierbij zal onze ervaring een grote rol spelen. Algemeen thema van de bijeenkomst wordt “Stronger United”, “Samen staan we sterk”… en kennen we dat niet van ergens?

In de namiddag kreeg ik de taak van voorzitter toebedeeld voor de gezamenlijke (= samen met artsen en paramedici) sessie rond zeldzame aandoeningen. Professor Marco Matucci uit Firenze bracht ons een kort overzicht van verschillende zeldzame reumatische aandoeningen die vaak ernstige symptomen kennen. Mensen met zulk een diagnose zijn ook vanuit psychologisch, sociaal en economisch standpunt gezien nog veel kwetsbaarder, gezien de weinige wetenschappelijke en medische kennis rond deze aandoeningen. De verbeterde netwerken tussen de hospitalen in Europa en de rest van de wereld zullen in de toekomst hopelijk meer inzicht bieden in zeldzamere aandoeningen. De aandacht voor weesziekten stijgt en er wordt meer onderzoek gedaan naar mogelijke geneesmiddelen. Arto Toikka uit Finland, zelf een patiënt met een zeldzame ziekte, kwam ons op een beklijvende manier duidelijk maken hoe het is om echt een buitenbeentje te zijn. Hoewel hij moet ademhalen door een gaatje in zijn keel en dus steeds moet wachten alvorens hij zijn zin kan afmaken, vond hij toch de moed om voor een groot publiek zijn verhaal te doen. Bewonderenswaardig. Uit zijn lezing bleek duidelijk dat contact met lotgenoten heel belangrijk is voor het aanvaardingsproces. Weten dat je niet alleen bent met je problemen en dat er anderen zijn die je met een half woord verstaan, kan een hele stap voorwaarts betekenen. Gelukkig kunnen internet en andere moderne communicatiemiddelen tegenwoordig zorgen dat het contact tussen zelfhulpgroepen in verschillende landen vlot kan verlopen.

De organisatie EURORDIS zet zich op vlak van lobbyen en beleidsvorming in voor mensen met zeldzame aandoeningen. 280 organisaties uit 33 verschillende landen maken deel uit van EURORDIS. Samen vertegenwoordigen ze meer dan 1000 zeldzame aandoeningen en zijn zo de stem van meer dan 30 miljoen Europeanen. Door invloed uit te oefenen in het Europese parlement proberen ze het leven van deze mensen positief te veranderen.
In Groot-Brittannië ondervraagde een team uit het University College London Hospital mannen met lupus. Deze ziekte wordt vaak een vrouwenziekte genoemd, omdat 90% van de patiënten vrouwen zijn. Mannen die geconfronteerd worden met deze aandoening hebben het dikwijls extra moeilijk. Zij hebben specifieke sociale, psychologische en economische problemen die een verschillende aanpak vragen. Uit de studie bleek dat zij vaak moeite hebben om hun problemen te bespreken binnen een praatgroep, omdat het merendeel ook daar vrouwen zijn. Deze vergeten groep verdient dus extra aandacht binnen de patiëntenwerking.

Meer info kan je vinden op volgende links:
Matucci
EURORDIS
SLE bij mannen

Vrijdag 15 juni

Highlights op vrijdag

Vrijdag begon voor mij met een afspraak voor ELEF, de Europese Lupusorganisatie. We zouden deze organisatie graag een nieuwe boost geven en daar is ook wat netwerken en lobbyen voor nodig. No better place than EULAR…
Op de middag werd een persconferentie gehouden waar ook ons paspoort werd voorgesteld. Robert Johnstone uit UK sprak in naam van PARE de pers toe en verduidelijkte de bedoeling van onze projecten. Een vertaling van de perstekst vindt u op deze pagina van deze site.
Verder werden vijf wetenschappelijke projecten en ontwikkelingen voorgelegd. Vijf interessante studies, dat wel, maar allen gingen ze over onderzoeken bij patiënten met reumatoïde artritis. Terecht werd de opmerking gemaakt door iemand uit het persgezelschap dat er nog meer dan 200 andere reumatische aandoeningen bestaan die ook een beetje aandacht verdienen. Een punt dat de organisatie zal moeten onthouden.

In de namiddag stond mijn tweede presentatie op het programma. Mijn taak bestond erin therapietrouw (compliance) vanuit het patiëntenperspectief toe te lichten. Of anders gezegd: hoe goed luisteren patiënten naar de richtlijnen van hun behandelende artsen mbt medicatie, fysieke oefeningen, dieet, enz… Uit onderzoek is immers gebleken dat heel veel patiënten hun medicatie niet correct innemen of fysieke oefeningen niet op de juiste manier uitvoeren. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Tijdens mijn lezing wilde ik de aanwezige artsen en paramedici duiden op factoren die de therapietrouw kunnen beïnvloeden. Daarbij ging ik vooral uit van mijn eigen ervaring als lupuspatiënte, maar ook van verhalen die ik hoorde tijdens bijeenkomsten van onze liga.

Geconfronteerd worden met een chronische ziekte brengt heel wat vragen en problemen met zich mee. Soms gebeurt dit al op jonge leeftijd en dan spelen nog veel andere zaken mee, zoals het vinden van gepast werk, de gezins- en woonsituatie, enz… Hospitalisaties, dagelijkse medicatie en vermoeidheid geven de patiënt niet meteen het gevoel ‘normaal’ te zijn, en te kunnen integreren in de maatschappij zoals andere, ‘gezonde’ medemensen. De therapietrouw stoot hierbij op verschillende problemen:

  • Sommige patiënten vergeten simpelweg wat ze moeten doen, of vergeten medicatie te nemen zoals voorgeschreven
  • De positieve effecten van de behandeling/ het advies zijn niet duidelijk
  • De voorgeschreven behandeling heeft een negatieve bijklank, bvb bij cortison
  • Andere soorten therapieën beïnvloeden het gedrag van de patiënt, bvb alternatieve geneeswijzen
  • De bijwerkingen zijn vervelend, oefeningen te moeilijk
  • Er worden teveel inspanningen verwacht van de patiënt op te korte tijd, bvb een dieet en stoppen met roken
  • Sociale controle: de patiënt wil niet ‘anders’ zijn
  • Het stopzetten van de behandeling wanneer een opstoot onder controle is (“drug holidays”)

Deze problemen moeten in samenspraak met de patiënt opgelost worden. Dit kan zowel de arts als een verpleegkundige of andere paramedicus doen.
Enkele tips:

  • Lees samen met de patiënt de bijsluiters/ instructies door en verduidelijk zaken die niet helder zijn
  • Informeer de patiënt over mogelijke nevenwerkingen
  • Maak duidelijk aan de patiënt wat fout kan gaan als de instructies niet correct worden opgevolgd
  • Schrijf medicatie voor die gemakkelijk toe te dienen is en oefeningen die niet te moeilijk zijn
  • Bied hulpmiddelen aan zoals een medicatiedoosje, het patiëntenpaspoort, een dagboek…
  • Bespreek therapietrouw tijdens de consultatie; probeer problemen op te lossen als ze zich voordoen en geef de mogelijkheid aan de patiënt om zijn ervaringen te delen

Belangrijkste boodschap uit mijn lezing: communicatie is het sleutelwoord! Leg als patiënt je zorgen en vragen voor aan de arts. Vraag om uitleg als je het nodig acht en verduidelijk je eigen standpunt als je het moeilijk hebt met wat de arts je voorschrijft. Tenslotte gaat het om jouw leven en gezondheid, en moet je het zelf waarmaken.
En omdat ik met al het heen en weer geloop op EULAR zelf mijn dagelijkse medicatie nog niet had ingenomen (!), sloot ik af met de mededeling dat het misschien niet zo verstandig was om patiënten naar EULAR te sturen…
Artsen en paramedici belichtten tijdens deze sessie dezelfde problematiek toe vanuit hun standpunt.

Therapietrouw patiëntenperspectief
Psychologische invloeden
Therapietrouw

Zaterdag 16 juni

Afsluiting van het congres op zaterdag

Voor de patiënten kwam de laatste dag nog een heel interessant onderwerp aan bod: patiëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek. Gedurende een drie uur durende workshop zou het belang van patiënteninput bij wetenschappelijk onderzoek verduidelijkt en de belangrijkste stappen van zo’n proces belicht worden. De ervaring die een patiënt opdoet door te leven met een chronische aandoening kan positieve bijdragen leveren aan studies en onderzoeksprojecten. Ik heb zelf mijn eerste ervaring in dit veld achter de rug en kijk er zeer positief op terug. Natuurlijk moest ik nog veel leren, en een tweede keer zou ik sommige zaken zeker anders aanpakken, maar dat maakt gewoon deel uit van het normale leerproces. Ik was dan ook blij met deze sessie die problemen en valkuilen, maar ook tips en bruikbaar materiaal zou aanleveren.
Patiëntenparticipatie in onderzoek is niet vanzelfsprekend. Wetenschappers vinden input van patiënten wel interessant, maar weten dikwijls niet waar ze geschikte kandidaten kunnen vinden. Of ze hebben het moeilijk om de input op de juiste manier te verwerken. Patiënten zelf daarentegen zijn dikwijls niet overtuigd van de waarde die hun bijdrage zou kunnen leveren. De patiënten moeten op basis van gelijkwaardigheid actief meewerken, liefst vanaf een zo vroeg mogelijk stadium. Daarbij is het erkennen van elkaars competenties en beperkingen zeer belangrijk.

Binnen EULAR probeert men stappen in de goede richting te zetten. Verschillende patiënten werden reeds betrokken bij het opstellen van richtlijnen. Er wordt een trainingsprogramma voor patiënten opgezet en de Nederlandse versie van het handboek “Patiëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek” zal kortelings vertaald worden. Ondertussen wordt op nationaal vlak hier en daar de onderzoeksagenda mee bepaald door patiëntengroepen.
Men moet echter wel opletten voor mogelijke valkuilen. Patiënten kunnen gevraagd worden om mee te denken, maar moeten daarvoor ook de nodige ondersteuning krijgen. Er moet rekening gehouden worden met de meestal niet-medische achtergrond en er moet ook naar de patiënt geluisterd worden. Anders heeft de hele opzet geen zin. De uiteindelijke resultaten moeten ter inzage van de patiënt(en) komen.
Patiëntenparticipatie staat nog in de kinderschoenen, maar het is een heel boeiend veld. Ook in België zijn we op de goede weg. Wil je graag meer weten over dit onderwerp, kan u altijd terecht bij ReumaNet.

Tot slot

Meer dan 12 500 deelnemers uit 100 verschillende landen, 118 wetenschappelijke sessies, 230 uitgenodigde sprekers, 242 mondelinge presentaties, meer dan 3000 ingediende abstracts… Maar EULAR 2007 zal me altijd bijblijven als het jaar waarin de Belgen indruk hebben gemaakt, en hoe!
We mogen ongelooflijk trots zijn op de grote groep fietsers! Misschien kunnen we het aantal volgend jaar verdubbelen. En zeg nooit dat je te jong of te oud bent om mee te fietsen! De jongste was vijf, de oudste, Herman, vierde zijn 73ste verjaardag op de dag van de aankomst in Barcelona.
Bedankt aan allen die meewerkten aan het paspoortproject. Dank zij jullie zullen vele anderen geholpen worden.
De strijd tegen reuma stopt hier niet. We moeten met zijn allen blijven streven naar meer erkenning zodat mensen met een reumatische aandoening een normaal leven kunnen leiden.
En samen staan we sterk!

Prettige vakantie allemaal.

Nele Caeyers