Wat vonden de reumatologen van EULAR?

 

18/06/2015

 

Ook heel wat Belgische reumatologen trokken naar het EULAR congres. 

 

Lees hier wat hun indrukken waren:

 

Dokter Ilse Hoffman, GZA St Augustinus, Wilrijk

"De zeer 'Italiaanse' organisatie zal ons helaas het meeste bijblijven: een afgelegen congrescentrum, veel te weinig toiletten, slechte akoestiek en ten slotte een geannuleerde terugvlucht....
Daartegenover stond de flinke aanwezigheid van Belgische sprekers/ onderzoekers. Die was opvallend, waarbij je soms moest kiezen, aangezien er verschillende Belgen tegelijk aan het spreken waren. Mijn felicitaties aan alle Belgische sprekers!
Op wetenschappelijk vlak is me vooral een mooie sessie over lupus bijgebleven. Het onderzoek naar lupus leeft! Dit zal zeker leiden naar nieuwe therapeutische mogelijkheden in de toekomst.
Voor wat betreft RA kwam meermaals het belang van obesitas als risicofactor voor het ontwikkelen van RA naar voor. Er was ook een mooie studie die aantoonde dat de levensverwachting voor RA patiënten relatief gezien meer is gestegen dan bij de algemene bevolking. Hierdoor is de levensverwachting van RA patiënten nu bijna net zo goed als voor de algemene bevolking. Dit wordt geweten aan de veel betere behandelingen. Een volledige inhaalbeweging wordt verwacht als het effect van de goede behandelingen nog langere tijd kan doorwerken. Dit is toch een antwoord op een vraag die leeft bij veel patiënten, denk ik.
En verder lijken ons op vlak van medicatie mooie tijden te wachten ten staan. Niet langer de 'passe par tout' van de anti-TNF, maar specifieke biologische therapieën die werken in de ene aandoening, maar niet noodzakelijk in een andere. Wordt zeker nog vervolgd."
 
 

Professor Rik Lories, UZ Leuven:

"Het algemene hoogtepunt van deze EULAR was de opvallende aanwezigheid van de Vlaamse reumatologen, health professionals en patiënten in het programma, zowel met het aantal lezingen als met abstracts en poster presentaties. 
De belangrijkste evoluties die zich aantekenen zijn de diversificatie van nieuwe biologics die wel werken voor één deel van het spectrum van chronische artritis, bijvoorbeeld spondyloartritis en psoriasis artritis, maar niet voor een ander deel, bijvoorbeeld rheumatoïde artritis. 
Het verder streven naar persoonlijke geneeskunde zal nog veel inspanningen vragen.
Hoopvol voor de reumatologie is het grote aantal jonge onderzoekers, de verdere integratie van health professionals en patiënten en vooral de steeds prominenter positie van reumatische en musculoskeletale aandoeningen op het Europese forum. Voor de patiënten lijkt het me bijzonder interessant dat er nieuwe mogelijkheden tot behandelen aankomen en dat er steeds meer aandacht is voor de globale gezondheidstoestand van de individuen."
 
 
Dokter Kristof Thevissen, UZ Gent:
"Het is boeiend en inspirerend te zien hoeveel nieuwe targets er zijn voor behandeling van reumatische ziekten.
Ikzelf volgde vooral de sessies omtrent inflammatoire bindweefselziekten en ben dan ook enthousiast te zien hoeveel zaken er in de komende jaren zullen veranderen in positieve zin voor onze patiënten.
Naast nieuwe behandelingen is er duidelijk ook meer kans op inspraak van patiënten in hun behandeling.
Leuk ook te zien dat patiënten actief participeren op deze congressen!"
 
 
Professor Patrick Verschueren, UZ Leuven:
"Het was vooral warm, druk en het congrescentrum was moeilijk te bereiken smiley.
Maar uiteraard ook boeiende zaken:
De resultaten van het CareRA onderzoek - uitgevoerd in Vlaanderen met steun van het IWT (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, nvdr) - tonen dat meer dan 60% van de patienten met beginnende RA die in deze studie werden behandeld met verschillende varianten van het Cobra behandelschema (DMARD combinatie + een “step down” cortisone schema) in remissie waren 1 jaar na de start van de therapie (DAS28CRP<2.6). 
Cobra slim, een vereenvoudigde versie van het originele Cobra schema (bevat wel methotrexaat maar geen salazopyrine en slechts de helft van de dosis cortisone), wordt naar voor geschoven als een one-size-fits-all therapie (voor iedereen goed, nvdr) voor de initiële aanpak van RA, waarna wel een 'treat to target' moet volgen (dit kan betekenen dat de therapie versterkt moet worden indien de ziekteactiviteit niet voldoende onder controle blijkt = DAS28CRP >3.2). 
Cobra combinaties met hogere dosissen cortisone en/of verschillende DMARDs (Cobra Classic en Cobra avant-garde) geven bij de meeste patienten geen duidelijk voordeel en worden minder goed verdragen. 
Ook patienten met 'een minder ernstige vorm' van RA volgens de gangbare criteria, hebben baat bij Cobra slim, omdat de ziekte veel sneller onder controle komt met deze “step down” behandeling in vergelijking met een klassieke “step up” behandeling en ze dus minder lang last hebben van actieve artritis.
We beschikken over meer en meer gesofisticeerde en gerichte biologicals voor RA maar weten nog steeds niet welke patienten best met welke therapie worden behandeld. Het kiezen van de ideale biological blijft dus voor een stuk natte-vinger-werk.
Er wordt veel basisonderzoek gedaan naar biomarkers die een voorspelling van het effect van de behandeling moeten mogelijk maken. Tot nu toe blijkt echter dat hoewel dergelijke merkers op groepsniveau schijnbaar toelaten verschillen aan te tonen tussen “responders” en “niet responders” deze moeilijk bruikbaar zijn bij individuele patienten. De oplossing zal wellicht te vinden zijn in het samenvoegen van resultaten van verschillende biomarkers om zo bij elke individuele patiënt een meer verfijnd profiel te bepalen van de mechanismen die aan de basis liggen van “het syndroom RA”, want deze kunnen van patiënt tot patiënt erg verschillend zijn."
 
 
 
 
Diederik De Cock, UZ Leuven:
"Mijn persoonlijk highlight was de aanwezigheid van ons team (Prof Verschueren, Prof Westhovens, mezelf, Sabrina en Kristien). Deze Eular heeft ons de kans geboden onze research van het CareRA onderzoek te verspreiden via verschillende kanalen (oral presentations,  guided postertour, posters)."
 
 
Kristien Van der Elst, UZ Leuven:
"Ik ben vooral fier op de prestaties van ons CareRA onderzoeksteam tijdens de EULAR dit jaar! Het onderzoek waar ik mij vooral op focus heeft als doel het perspectief van patiënten te belichten en ik merkte tijdens sessies en poster presentaties op dat dit type onderzoek steeds meer aanwezig is op internationale congressen! Verder is er momenteel opvallend veel interesse in hoe de man met reumatoïde artritis omgaat met zijn aandoening; dergelijk onderzoek kan zorgverleners absoluut helpen om het dialoog met patiënten nog persoonsgerichter te maken."
 
 
 
Met bijzondere dank aan deze artsen voor hun gewaardeerde bijdrage!
 
 
Bent u reumatoloog/zorgverlener en wilt u graag uw mening delen? Mail ons!